Het autonome reguleringsvermogen

Om de oorzaak van chronische ziekten en aandoeningen te kunnen achterhalen is het nodig om te snappen hoe het systeem dat alle vitale processen in het menselijk organisme reguleert functioneert. De basisfuncties in het lichaam – de ademhaling, de stofwisseling, de spijsvertering, het cardiovasculaire systeem, het immuunsysteem, de hormoonhuishouding, et cetera – worden door het autonome zenuwstelsel aangestuurd. Dat betekent dat deze processen in principe onbewust en onwillekeurig worden gereguleerd. Het autonome zenuwstelsel bestaat uit twee antagonistische ofwel tegenwerkende systemen, namelijk de sympathicus en de parasympathicus. Het autonome zenuwstelsel reguleert de biologische basisfuncties op basis van veranderingen in een groot aantal parameters in de interne en externe omgeving.

Vecht- en vluchtstrategieën

Een kijkje in de basale werking van het autonome zenuwstelsel maakt duidelijk waarom dit reguleringssysteem zo belangrijk is voor de overlevingsstrategie van het menselijk organisme. We gaan even terug in de tijd. Als een mens in zijn oorspronkelijke biotoop – de wildernis – zich gewaar wordt van een groot gevaar – bijvoorbeeld een roofdier – dan is er sprake van een levensbedreigende situatie. Het reguleringssysteem staat dan voor de opgave om het biologische systeem op een noodprogramma ofwel een alarmprogramma in te stellen. De neurale en hormonale processen vormen de basis voor deze alarmreactie. De alarmreactie bereidt het organisme voor op een vecht- of vlucht strategie. Alle subsystemen die daarbij betrokken zijn worden geactiveerd. Alle subsystemen die niet echt dringend nodig zijn – zoals de spijsvertering en het immuunsysteem - worden tot een minimum gereduceerd. Om te overleven en dus om een succesvolle vlucht- of vechtreactie uit te voeren moet de verdeling en het gebruik van de aanwezige energie(bronnen) zo efficiënt mogelijk plaatsvinden..
Reacties van het organisme op stress

Reacties van het organisme bij activering van de sympathicus

Het regelsysteem vormt dus een zogenaamd functioneel systeem, dat ervoor moet zorgen dat aan de gestelde eis wordt voldaan. Principieel is dit een reactie van het geactiveerde sympathische deel van het autonome zenuwstelsel (AZS) gevolgd door activering van het bijniermerg, dat epinefrine (adrenaline) en norepinefrine (noradrenaline) afgeeft. De sympathicoadrenale reactie leidt tot verhoging van de bloeddruk en de hartslag, zodat gewaarborgd is dat de organen die actief bij de vechtof vluchtreactie betrokken zijn, beter worden voorzien van energiedragers en zuurstof. Om in de te verwachten verhoogde energiebehoefte te voorzien, wordt er glucose uit de lever geactiveerd en worden er vetreserves gemobiliseerd. Het antidiuretisch hormoon (ADH) vermindert de urineproductie en verhoogt de bloeddruk. De vecht-/ vluchtreactie heeft nog veel meer gevolgen, die hier niet allemaal vermeld kunnen worden.
Belangrijk is, dat al deze lichaamsfunctiesbij stress door het autonome zenuwstelsel in gang worden gezet. Alle parameters die veranderd zijn, zoals bloeddruk, hartslag en vrije vetzuren, normaliseren zich weer, als het dier of de mens een vecht- of vluchthandeling uitvoert. Wanneer er op deze processen geen vecht- of vluchtreactie volgt, zoals dat tegenwoordig meestal het geval is, kunnen er problemen ontstaan. De stressparameters normaliseren zich dan niet. Een groot aantal van deze parameters vinden we in de moderne geneeskunde terug als risicofactor voor hart- en vaatziekten, stofwisselingsziekten en andere chronische aandoeningen..